Het optimale pad naar een klikgebit: van immediaatprothese naar definitieve prothese
Een tandarts zei laatst: "Wij weten vaak al bij de eerste intake dat een conventionele prothese kansloos is. Toch moeten we het doen voor de vergoeding. Het voelt niet ethisch…" Vanuit mijn beroep spreek ik dagelijks veel tandartsen, zo ook over de problemen waar zij en hun patiënten in de praktijk tegenaan lopen. Een onderwerp dat keer op keer de gemoederen blijft bezighouden, is het klikgebit bij patiënten met een platte onderkaak. Iedereen weet wat in dergelijke gevallen de beste oplossing is, een implantaatgedragen gebitsprothese, maar het huidige zorgsysteem maakt die weg vaak onnodig ingewikkeld en duur. Na het trekken van de tanden en kiezen krijgt de patiënt een immediaatprothese, een tijdelijke voorziening die direct wordt geplaatst. Een immediaatprothese wordt in de meeste gevallen niet vergoed in combinatie met implantaten, tenzij er sprake is van aanvullende dekking of een specifieke medische indicatie. De regelgeving eist dat er eerst een definitieve conventionele prothese wordt vervaardigd en pas daarna mag een aanvraag voor implantaten worden ingediend. In de praktijk betekent dit dat patiënten eerst twee tussenstappen moeten doorlopen: 1: Een immediaatprothese. 2: Een definitieve prothese die na enkele maanden alweer vervangen wordt. 3: Een klikgebit dat wel goed functioneert. Deze aanpak is in veel gevallen niet alleen onhandig voor de patiënt, maar ook onnodig kostbaar voor de zorg als geheel. De vergoeding voor een implantaatgedragen prothese is vastgelegd in het basispakket van de Zorgverzekeringswet. Door direct implantaten te plaatsen bij duidelijke indicaties kan de zorgverzekeraar zo’n €1.000 per patiënt besparen, wat bij 10.000 patiënten per jaar €10 miljoen minder zorgkosten betekent. Op nationale schaal komt dat dus neer op miljoenen minder zorgkosten per jaar, naast het enorme comfortvoordeel voor de patiënt. Een iets hogere eigen bijdrage van bijvoorbeeld €100 tot €200 per patiënt zou het systeem bovendien financieel stabiel kunnen houden. Dat is een eerlijkere verdeling, lagere totale zorgkosten en sneller resultaat voor de patiënt. Het probleem staat niet op zichzelf. In een zorgsysteem dat onder druk staat door vergrijzing, personeelstekorten en stijgende kosten, zou ik kiezen voor slimme, doelmatige zorg. Het verplicht inzetten van behandelingen die niet werken, gaat lijnrecht in tegen het principe van passende zorg waar het ministerie van VWS en zorgverzekeraars zeggen naar te streven. Tegelijkertijd raakt het ook onderwerpen als mentale gezondheid, duurzaamheid en sociale participatie van ouderen. Dit lijkt mij geen technisch tandheelkundig probleem, maar een maatschappelijke uitdaging waarbij menselijkheid, effectiviteit en betaalbaarheid samenkomen. Ik denk dat met de vergrijzing die gaande is en de zorgkosten die blijven stijgen, het steeds belangrijker wordt om verspilling tegen te gaan. Elk jaar zullen tienduizenden ouderen een volledige prothese nodig hebben. Dan is het onhoudbaar om te blijven inzetten op omslachtige, dubbele behandeltrajecten. Mooie bijkomstigheid is dat er meer zorgcapaciteit is en vanzelfsprekend sprake is van verminderde CO2-uitstoot. Een dubbele set protheses maken en meerdere keren patiënten laten reizen naar de tandarts betekent namelijk onnodige uitstoot van materialen, transport en energie. In een tijd waarin duurzaamheid topprioriteit is, moeten we kijken naar hoe zorg slimmer en groener kan. Dit zou resulteren in lagere totale zorgkosten en een beter resultaat voor de patiënt. Ik denk dat met de vergrijzing die gaande is en de zorgkosten die blijven stijgen, het steeds belangrijker wordt om verspilling tegen te gaan. Elk jaar zullen tienduizenden ouderen een volledige prothese nodig hebben. Dan is het onhoudbaar om te blijven inzetten op omslachtige, dubbele behandeltrajecten.